Aanvullend pensioen / Opgebouwd kapitaal en van werk veranderen
Als de werknemer de werkgever verlaat, hoeft de opbouw van het aanvullend pensioen niet noodzakelijk te stoppen. Daarvoor is het belangrijk om weten over welk soort aanvullend pensioen het in het concrete geval gaat.
Bij een sectorpensioen loopt de pensioenopbouw verder indien de werknemer wel zijn werkgever, maar niet de bedrijfstak verlaat, en nadien in dienst gaat bij een werkgever die onder dezelfde sector valt. In dat geval, loopt de pensioenopbouw van deze werknemer verder bij zijn nieuwe werkgever die eveneens onder deze bedrijfstak valt en dus moet bijdragen voor hetzelfde sectorpensioen.Verlaat de werknemer de bedrijfstak, dan stopt de financiering van het sectorpensioen. Eventueel kan de werknemer aansluiten bij het sector- of ondernemingspensioenplan van de nieuwe werkgever.
Bij eenondernemingspensioen stopt de opbouw van het aanvullend pensioen indien de werknemer ontslag neemt of ontslagen wordt. De stopzetting van de aanvullende pensioenopbouw, mag geen enkele vergoeding of verlies voor de werknemer meebrengen. De inrichter moet bij uittreding de eventuele tekorten aanzuiveren.
Wat met het opgebouwde pensioenkapitaal?
Wat er met het opgebouwde pensioenkapitaal (=de verworven reserves) moet gebeuren bij het verlaten van de bedrijfstak of van de werkgever, kan enkel door de aangesloten werknemer beslist worden. Daartoe beschikt de betrokken werknemer over de volgende keuzemogelijkheden:
- overdracht van de opgebouwde reserves naar de pensioenstelling van de nieuwe inrichter (andere bedrijfstak of nieuwe werkgever). De overdracht is slechts mogelijk voor zover de werknemer bij de nieuwe inrichter ook een aanvullend pensioen kan opbouwen. In dit geval mag de nieuwe inrichter de overgedragen reserves niet weigeren en geen kosten aanrekenen.
- Overdracht van de reserves naar een pensioeninstelling. Dus een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds.
- De aangesloten werknemer kan ervoor opteren om zijn opgebouwde pensioenreserves bij de pensioeninstelling van de vorige inrichter, d.i. de bedrijfstak waaronder hij voordien ressorteerde of bij de vorige werkgever te laten: - De aangesloten werknemer moet steeds over de mogelijkheid beschikken om zijn pensioentoezegging zonder wijziging te behouden. - De aangesloten werknemer kan er ook voor kiezen om zijn reserves in het systeem van zijn vroegere inrichter te laten.
- Een werknemer mag, nadat hij zijn werkgever heeft verlaten, zelf verder instaan voor de financiering van zijn extralegaal pensioen. Dit kan slechts gebeuren onder bepaalde strikte voorwaarden (42 maanden voorafgaandelijke aansluitingsduur, fiscale voordelen beperkt tot 1.920 euro per jaar). Deze mogelijkheid bestaat alleen in het geval waar bij de nieuwe werkgever voor deze werknemer geen aanvullend pensioen wordt georganiseerd.










