Outplacement / Hoe verloopt de aanvraag en toekenning?
Welke stappen moeten werknemer en werkgever zetten opdat de werknemer van zijn recht op outplacement gebruik kan maken?
1. Aanbod - Termijn voor de werkgever
Binnen de 15 dagen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever schriftelijk een outplacementaanbod doen aan de werknemer. (voor ontslagen betekend vóór 1 december 2007 had de werkgever enkel een informatieplicht) Doet hij dat niet, dan stelt de werknemer binnen één maand na het verstrijken van die termijn (15d) de werkgever in gebreke. Indien de arbeidsovereenkomst zonder opzeggingstermijn is beëindigd, dan heeft de werknemer 9 maanden tijd voor deze ingebrekestelling. De werkgever doet binnen een termijn van één maand na het tijdstip van de ingebrekestelling aan de werknemer schriftelijk een geldig outplacementaanbod.
2. Aanbod aan wie?
Aan twee categorieën werknemers is de werkgever niet verplicht spontaan een outplacementbegeleiding aan te bieden. Hij moet het wel aanbieden indien zij er uitdrukkelijk om vragen. Het betreft:
- werknemers met een arbeidsovereenkomst met een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van minder dan de helft van een voltijdse
- werknemers die, indien ze werkloosheidsuitkeringen zouden aanvragen, niet beschikbaar zouden moeten zijn voor de arbeidsmarkt.
Dit zijn:
- de gewone bruggepensioneerden (algemene regeling)
- de werknemers die op het einde van de opzeggingstermijn, ofwel de leeftijd van 58 jaar bereikt hebben, ofwel een beroepsverleden van 38 jaar kunnen aantonen
- werknemers die ontslagen worden bij een werkgever van het PC voor het stads- en streekvervoer
3. Aanvaarding - Termijn voor de werknemer
De werknemer beschikt over een termijn van één maand, te rekenen vanaf het tijdstip van het aanbod door de werkgever, om al dan niet zijn schriftelijke instemming met dit aanbod te geven.
4. Termijnen tijdens de opzeggingstermijn
De werkgever kan het outplacement ook al aanbieden vanaf de kennisgeving van de opzegging en tijdens de opzeggingstermijn.
De werknemer is niet verplicht hier al tijdens de opzeggingstermijn op in te gaan. Hij heeft hier alleszins de tijd voor tot één maand na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
De werknemer kan, indien de arbeidsovereenkomst is opgezegd met een opzeggingstermijn, vanaf de kennisgeving van de opzegging en tijdens de opzeggingstermijn al om een outplacementbegeleiding verzoeken. In dit geval is de werkgever niet verplicht hier tijdens de opzeggingstermijn al op in te gaan.










