Zijn er fiscale implicaties bij thuiswerken?
"Sinds kort werk ik van thuis uit. Welke fiscale implicaties brengt dat met zich mee?
ANTWOORD
Wat is thuisarbeid?
Onder ‘HUISARBEID’ moet men verstaan een regeling waarbij de werknemer in akkoord met zijn werkgever zijn werkzaamheden thuis of op een andere door hem gekozen plaats vervult i.p.v. op de gebruikelijke tewerkstellingsplaats (de bedrijfszetel of op een andere door de werkgever aangeduide arbeidsplaats).
De functie wordt uitgeoefend met behulp van geautomatiseerde communicatiemiddelen
(PC, modem, internet, telefoon, fax, …) of kan gewoon door de aard
van het werk gemakkelijk van thuis uit gebeuren.
Essentieel blijft dat de huisarbeider voor de uitvoering van zijn job
onder het gezag blijft van de firma.
Dit wil zeggen dat er een arbeidsovereenkomst blijft bestaan waarbij de werkgever over de juridische bevoegdheid blijft beschikken om in die hoedanigheid op te treden (goedkeuring van vakantie, toezicht op de prestaties, …).
Juridisch kader: wet huisarbeid
Huisarbeid is in België gevat in een juridisch kader sinds 1996, toen het opkomend fenomeen van huisarbeid werd gereglementeerd door de Wet van 6 december 1996 en werd de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 opgenomen (de artikelen 119.1 tot 119.12).
Door de integratie in de klassieke Arbeidsovereenkomstenwet wordt huisarbeid gelijkgeschakeld met een arbeidsovereenkomst voor arbeiders of bedienden, naar gelang het soort werk dat thuis wordt gedaan (hoofdzakelijk handen- respectievelijk intellectuele arbeid). Dat betekent m.a.w. dat alle klassieke rechten en plichten die inherent zijn aan een normale arbeidsovereenkomst ook van toepassing zijn op de huisarbeiders. Daarnaast voorziet de Wet van 6 december 1996 in een aantal specifieke regels eigen aan huisarbeid.
En wat met de kosten om thuis te kunnen werken?
Installatie van het nodige materiaal thuis
De klassieke wettelijke verplichtingen van de werkgever t.a.v. de werknemer zijn voor de huisarbeid aangepast aan het feit dat de werkgever geen rechtstreeks toezicht heeft op de huisarbeider en dat de werknemer niet in de lokalen van de onderneming werkt. De wet zegt specifiek wat de werkgever moet doen.
De werkgever is verplicht de nodige hulp, hulpmiddelen en materialen ter beschikking te stellen voor de uitvoering van het overeengekomen werk, tenzij anders overeengekomen, en het loon te betalen op de overeengekomen wijze, tijd en plaats (artikel 20 van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978). Deze beperkte interpretatie van de middelen die ter beschikking moeten gesteld worden geldt niet voor telewerkers. Voor hen blijft de uitgebreide werkgeversverplichting bestaan.
De werkgever moet voor de thuisabreider instaan voor de installatie van het bureel, tenzij anders zou worden overeengekomen. Werkgevers maken dus best een regeling over de materiële installatie van de werknemer; het is zonder meer aangewezen om schriftelijk vast te leggen welke de ter beschikking gestelde hulpmiddelen (PC, telefoon, modem, printer, bureelmateriaal, enz …) zullen zijn en in welke mate en door wie de abonnement-, gebruik- en onderhoudskosten ervan vergoed zullen worden.
In de contractuele clausule kan vastgelegd worden dat het principieel eigendomsrecht bij de werkgever blijft en kunnen er modaliteiten worden vastgelegd om deze zaken op te vorderen bij einde contract of in geval van bepaalde langdurige schorsingen.
De werknemer heeft de plicht om met de ter beschikking gestelde materiaal als een goed huisvader om te gaan; hij is niet verantwoordelijk voor de gebruikelijke slijtage. Bij eventuele schade gelden eigen regelingen.
In elk geval is het aangewezen het volgende contractueel overeen te komen:
- de verplichting om het ter beschikking gestelde materiaal als een goed huisvader te gebruiken;
- de spelregels in verband met de mogelijkheid van (eventueel) privé-gebruik en gebruik door derden/familieleden + schaderegeling bij privé- of door derden veroorzaakte defecten;
- de onmiddellijke melding van pannes en defecten aan het ter beschikking gestelde materiaal;
- de toelating om de gekozen werkplaats te laten betreden door de werkgever of door diens afgevaardigde om de pannes/defecten te verhelpen;
- werkafspraken tijdens de panne: tijdelijk ander werk, tijdelijk werken op het kantoor van de firma.
Specifieke onkostenvergoeding
De wet bepaalt dat er een schriftelijke overeenkomst moet opgemaakt worden waarin 8 verplichte vermeldingen staan:
- wat de werkgever betreft: de naam, de voornamen en de hoofdverblijfplaats of de firmanaam en de maatschappelijke zetel en, in voorkomend geval, de benaming waaronder de werkgever zich tot het publiek richt
- wat de werknemer betreft : de naam, de voornamen en de hoofdverblijfplaats
- het overeengekomen loon of, ingeval dit niet kan vastgesteld worden, de wijze en de grondslag voor de berekening van het loon
- de vergoeding van de kosten die verbonden zijn aan de huisarbeid
- de plaats of de plaatsen die de huisarbeider gekozen heeft om zijn werk te verrichten
- een beknopte beschrijving van het overeengekomen werk
- de overeengekomen arbeidsregeling en/of werkrooster en/of het overeengekomen minimale volume van de prestaties
- het bevoegd paritair comité
Ook voor de telewerker moeten een aantal bepalingen op papier gezet worden. Deze verschillen van deze voor de thuisarbeider.
Wat de klassieke verloning betreft stelt de wet dat het overeengekomen
loon moet opgegeven worden (het forfaitaire loon) en als dat niet mogelijk
is, de berekeningswijze van het loon. Dit laatste is het geval, wanneer
het loon afhankelijk wordt gesteld van volumes/aantallen van de geleverde
prestaties.
Traditioneel wordt huisarbeid inderdaad nogal eens vereenzelvigd met stuk
-of taakwerk. Uit de Huisarbeidwet blijkt echter overduidelijk
dat een 'gewone' arbeiders- of bediendefunctie eveneens in het kader van
huisarbeid kan uitgeoefend worden met een gewoon uurloon of maandwedde.
Voor bedienden wiens forfaitaire maandwedde wordt doorbetaald voor de
dagen huisarbeid, dient in de overeenkomst vermeld te worden dat dit forfaitaire
loon - in verhouding tot het aantal uren huisarbeid - als vergoeding voor
deze prestaties geldt.
Een verplichte vermelding in de arbeidsovereenkomst voor huisarbeid betreft
de kostenvergoeding die de werkgever betaalt als dekking voor de kosten
van de huisarbeider.
De wet gaat er dus van uit dat er zeker extra kosten zijn inherent aan de uitvoering van de overeenkomst (huurprijs of afschrijvingswaarde van de bureelruimte thuis, verwarming, verlichting, elektriciteitsverbruik, enz …) en dat de omvang ervan in de overeenkomst moet opgenomen worden.
Deze kosten worden geacht supplementair te zijn aan de hulp en hulpmiddelen die de werkgever reeds op grond van artikel 20 van de Arbeidsovereenkomstenwet moet voorzien voor de uitvoering van het werk.
In de Huisarbeidwet wordt noch een minimum noch een maximum kostenvergoeding voorzien. Wel staat er in de Huisarbeidwet van 1996 dat bij gebrek aan contractuele begroting van de kostenvergoeding in het contract en bij ontstentenis van cao hierover er een suppletief wettelijk forfait van 10% kosten (d.i. 10 % van het brutoloon dat betrekking heeft op de huisarbeid) geldt !
De werkgever heeft er m.a.w. alle belang bij om aangaande de kostenvergoeding zeker iets in het contract te voorzien, al was het maar om overeen te komen dat er geen kosten terugbetaald worden. Bij gebrek aan dergelijke bepaling kan de werknemer immers de forfaitaire kostenvergoeding opeisen.
Anderzijds, is een hogere kostenvergoeding dan de 10%-norm t.a.v. het brutoloon ook mogelijk, maar dan moeten deze kosten wel bewezen worden. In de praktijk aanvaarden de RSZ en fiscus deze 10% als een kost eigen aan de werkgever
Zoals vermeld is er nu ook een nationale CAO die het telewerk regelt. Door deze CAO zijn er wat onduidelijkheden over wie nu thuisarbeider is en wie telewerker. In ieder geval zorgt de CAO ervoor dat er heel wat werknemers die voordien als huisarbeider werden beschouwd, nu mogelijks als telewerker gekwalificeerd moeten worden. Dan beginnen er andere arbeidrechtelijke regels te spelen. De bovenvermelde 10% regel werd oorsprokelijk niet voorzien. De bevoegde diensten van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid hebben echter onlangs bevestigd dat op de kostenvergoeding toegekend aan een telewerker, geen RSZ-bijdragen verschuldigd zijn. In geval de kostenvergoeding hoger is dan 10% van het loon van de telewerker, zal de werkgever de vergoeding moeten kunnen staven met bewijsstukken.
(Isabelle Verellen, Consultant SD Worx)
De inhoud van deze tekst heeft een
louter informatief karakter.
De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst.
Voorgaande vragen worden bewaard in de rubriek Vraag en antwoord.










