Startbanen / Voordelen voor de werkgever
1. Doelgroepvermindering jonge werknemers
De zogenaamde doelgroepvermindering jonge werknemers is een forfaitaire vermindering van de patronale sociale zekerheidsbijdragen. Deze vermindering van sociale lasten kan aan de werkgever worden toegekend bij de tewerkstelling van de volgende categorieën van jongeren:
- laaggeschoolde jongeren aangeworven met een startbaanovereenkomst (waaronder wordt begrepen dat de jongere wordt aangeworven tijdens de geldigheidsduur van de startbaankaart én als jongere met een startbaanovereenkomst wordt aangeduid op de Dmfa);
- jongeren in het algemeen tot 31/12 van het jaar dat de jongere 18 jaar wordt; deze groep bevat ondermeer: leerlingen (industrieel, middenstand en opleiding tot ondernemingshoofd), deeltijds leerplichtigen, overeenkomsten voor socioprofessionele inschakeling, jongeren met een (deeltijds of voltijdse) arbeidsovereenkomst.
Eventueel mag deze vermindering gecumuleerd worden met een structurele vermindering.
Onder 'laaggeschoolde jongeren' worden jongeren begrepen, die geen diploma of getuigschrift van hoger secundair onderwijs hebben.
Voor een voltijds tewerkgestelde laaggeschoolde jongere met volledige prestaties kan een bedrag van 1.000 euro per trimester gedurende het kwartaal van indienstneming en de 7 daarop volgende kwartalen worden afgetrokken van de totale sociale zekerheidsbijdragen die de werkgever verschuldigd is. Voor alle daarop volgende kwartalen kan de werkgever een vermindering van 400 euro per kwartaal genieten tot aan het einde van de startbaanovereenkomst.
Als de werkgever een erg laag geschoolde jongere; een laaggeschoolde jongere van buitenlandse afkomst of een laaggeschoolde mindervalide jongere met een startbaanovereenkomst tewerkstelt, krijgt hij een versterkte doelgroepvermindering jonge werknemers: 1.000 euro gedurende het kwartaal van aanwerving en de volgende 15 kwartalen en 400 euro voor alle daarop volgende kwartalen.
Onder erg laag geschoolde jongere wordt de jongere begrepen die hoogstens een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of hoogstens een getuigschrift van het deeltijds beroepssecundair onderwijs of hoogstens een getuigschrift van het alternerend technisch onderwijs bezit.
Voorwaarde om deze doelgroepvermindering te verkrijgen, is evenwel dat de werkgever zijn startbaanverplichting nakomt. In het geval dat de werkgever vrijgesteld is van de startbaanverplichting, wordt hij geacht zijn startbaanverplichting te hebben vervuld.
Bovenstaande bedragen van 1.000 en 4.000 euro worden verhoudingsgewijs aangepast bij deeltijdse of onvolledige prestaties.
2. Activa Start
Erg laaggeschoolde jonge werknemers, laaggeschoolde jonge werknemers van buitenlandse afkomst en laaggeschoolde mindervalide jonge werknemers komen gedurende zes maanden in aanmerking voor een werkuitkering van maximaal 350 EUR. De werkuitkering is ten laste van de RVA. De werkgever mag deze in mindering brengen van het nettoloon. Deze maatregel is nieuw sinds 1 april 2006 en werd gedoopt tot plan activa start. De Werkkaart Activa Start, die moet worden aangevraagd bij het werkloosheidsbureau bevoegd voor de hoofdverblijfplaats van de jongere, zal attesteren dat de jongere voor een werkuitkering in aanmerking komt.
Om de werkuitkering te genieten, is het strikt gezien niet verplicht om de jongere in dienst te nemen met een startbaanovereenkomst.
De maatregel richt zich evenwel tot die categorieën van jongeren die het recht openen op de versterkte doelgroepvermindering jonge werknemers op voorwaarde dat zij in dienst worden genomen met een startbaanovereenkomst. Daarom zal de werkuitkering in de praktijk doorgaans een bijkomend voordeel zijn, gekoppeld aan de indienstneming met een startbaanovereenkomst type 1 van een extra behartigenswaardig geachte jongere.
Meer informatie over deze maatregel vindt u op de website van de rva via www.rva.fgov.be.










