Studentenarbeid / Sociale Zekerheid en fiscale aspecten
Algemeen
De sociale-zekerheidsregeling is in beginsel ook van toepassing op studenten. Dit wil zeggen dat enerzijds de werkgever de normale werkgeversbijdragen zal moeten betalen en anderzijds het brutoloon van de werknemer zal verminderd worden met de normale werknemersbijdrage.
- Geen RSZ?
- Arbeidsongevallen
- Solidariteitsbijdrage
- Werkloosheid
- Kinderbijslag
- Jaarlijkse vakantie
- Ziekteverzekering
- Fiscale aspecten
Geen RSZ?
Een student valt in principe onder het toepassingsgebied van de RSZ-reglementering.
Onder de volgende cumulatieve voorwaarden moeten geen socialezekerheidsbijdragen worden betaald:
- de student moet in dienst zijn met een geschreven studentenovereenkomst.
- de tewerkstelling duurt maximaal 46 arbeidsdagen per kalenderjaar:
- 23 arbeidsdagen in juli, augustus of september;
- 23 arbeidsdagen gedurende de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen, met uitzondering van de vakantieperiode tijdens de maanden juli, augustus en september.
De vrijstelling blijft behouden wanneer het maximum van 23 arbeidsdagen zowel in de zomervakantie als in de periode buiten de maanden juli, augustus en september niet wordt overschreden. Bij overschrijding van het maximum aantal arbeidsdagen (één of beide grenzen) in het kader van een studentenovereenkomst:
- bij éénzelfde werkgever: zijn alle prestaties van deze student onderworpen aan gewone socialezekerheidsbijdragen;
- bij verschillende werkgevers: zijn alle bij de werkgever die de student tewerkstelt nà het overschrijden van het maximum aantal arbeidsdagen, onderworpen aan gewone socialezekerheidsbijdragen.
Solidariteitsbijdrage
Op het studentenloon, dat is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, wordt een solidariteitsbijdrage berekend (berekend op het loon aan 100 % zowel voor arbeiders als voor bedienden). De solidariteitsbijdrage bedraagt:
- indien de tewerkstelling plaatsvindt in de loop van de maanden juli, augustus en september: 5,01% ten laste van de werkgever en 2,5% ten laste van de student.
- indien de tewerkstelling plaatsvindt gedurende de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen, met uitzondering van de maanden juli, augustus en september: 8,01% ten laste van de werkgever en 4,5% ten laste van de werknemer.
De percentages ten laste van de student worden ingehouden op het loon en betaald door de werkgever.
Kinderbijslag
Regel tot 18 jaar
Tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin de jongere 18 jaar wordt, heeft de jongere onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag.
Regel boven 18 jaar
De student die werkt tijdens zijn studies, behoudt in twee gevallen het recht op kinderbijslag:
- tijdens het 3de kwartaal (juli, augustus, september) gelden geen beperkingen. De tewerkstelling van de student kan plaatsvinden in het kader van een gewone arbeidsovereenkomst, een arbeidsovereenkomst voor studenten of in een zelfstandigenstatuut.
- tijdens het 1ste, 2de en 4de kwartaal mag de student maximaal 240 uren per kwartaal werken. De tewerkstelling van de student kan gebeuren in het kader van een gewone arbeidsovereenkomst, een arbeidsovereenkomst voor studenten of in een zelfstandigenstatuut. De controle van de maximumgrens van 240 uren/kwartaal gebeurt aan de hand van de DMFA.
De student die werkt tijdens de zomervakantie volgend op het einde van zijn studies behoudt het recht op kinderbijslag, indien hij maximaal 240 uren werkt in het 3de kwartaal. De regel geldt ongeacht het statuut van de student (werknemer, zelfstandige) en ongeacht het type arbeidsovereenkomst. De beperking geldt dus ook voor een tewerkstelling met een studentenovereenkomst.
Factoren
De aard van de overeenkomst of het bedrag van de bezoldiging hebben geen enkele invloed op het recht op kinderbijslag. Enkel de duur van de tewerkstelling kan een effect hebben.
Ziekteverzekering
De meeste studenten zijn verzekerd als persoon ten laste op het ziekenboekje bij hun ouders. Dit blijft ook zo gedurende de tewerkstelling als student.
Arbeidsongevallen
De werkgever moet voor alle studenten, dus ook voor degenen die niet onderworpen zijn aan de RSZ-wetgeving, een arbeidsongevallenverzekering afsluiten.
De student die het slachtoffer wordt van een ongeval op het werk of op de weg van en naar het werk, zal bijgevolg aanspraak kunnen maken op een vergoeding voor arbeidsongeschiktheid ten laste van de verzekeringsinstelling van de werkgever.
Werkloosheid
Algemeen
Een student die zijn studies heeft beëindigd, kan nog een studentenovereenkomst sluiten in de maanden juli, augustus en/of september onmiddellijk volgend op het einde van zijn studies.
Wachttijd
Indien deze student zich nadien inschrijft als werkzoekende kan de studentenovereenkomst invloed hebben op de wachttijd voor het verkrijgen van werkloosheidsuitkeringen. De wachttijd wordt immers verlengd met het aantal dagen, behalve de zondagen, dat de persoon gebonden is door een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten waarbij geen normale inhoudingen voor sociale zekerheid werden verricht. De tewerkstelling van studenten tijdens de 23 extra arbeidsdagen buiten de zomermaanden telt echter wel mee als wachttijd.
Jaarlijkse vakantie
Alleen de studenten die RSZ-plichtig zijn tijdens de duur van hun arbeidsovereenkomst, hebben recht op jaarlijkse vakantie en vakantiegeld zoals gewone werknemers.
Fiscale aspecten
Bedrijfsvoorheffing
In principe dient op het loon van een student bedrijfsvoorheffing te worden ingehouden. Een student is vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing als hij volgende voorwaarden cumuleert:
- hij werkt maximaal 23 arbeidsdagen in juli, augustus of september;
- hij werkt maximaal 23 arbeidsdagen tijdens periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstelling met uitzondering van de maanden juli, augustus en september;
- hij wordt tewerkgesteld met een schriftelijke studentenovereenkomst;
- op zijn loon zijn geen socialezekerheidsbijdragen, met uitzondering van de solidariteitsbijdrage, verschuldigd.
De maatregel van vrijstelling van bedrijfsvoorheffing zal onder dezelfde voorwaarden uitgebreid worden naar de 23 extra arbeidsdagen gepresteerd buiten de zomermaanden juli, augustus en september.
De student als persoon ten laste
Algemeen
De student blijft fiscaal ten laste van zijn ouders indien hij niet meer verdient dan 2.660 euro netto-belastbaar per jaar. Dit komt overeen met een bruto-belastbaar inkomen van 3.325 euro.
Uitzondering
Een kind van een alleenstaande blijft fiscaal ten laste als hij niet meer verdient dan 3.840 euro netto-belastbaar. Dit is 4.800 euro bruto-belastbaar. Voor gehandicapte kinderen van alleenstaanden wordt het grensbedrag bepaald op een netto-belastbaar inkomen van 4.870 euro op jaarbasis. (bruto-belastbaar van 6.087,50 euro)










