Deeltijdse arbeid / Loon voor overuren
- Situatie 1: vaste wekelijkse arbeidsduur
- Situatie 2: gemiddelde wekelijkse arbeidsduur
- Geen recht op overloon in twee gevallen
- Voorbeelden
Voor het bepalen van het overloon voor bijkomende uren moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee situaties:
- de deeltijdse werknemer die tewerkgesteld is met een vaste wekelijkse arbeidsduur en
- de deeltijdse werknemer die tewerkgesteld is met een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur.
Begrip "krediet"
Tevens is voor het bepalen van het overloon het begrip "krediet" belangrijk. Onder "krediet" verstaat men een bepaald aantal uren per kalendermaand die een werknemer bovenop zijn (gemiddelde) wekelijkse arbeidsduur heeft gepresteerd en waarvoor hij geen overloon ontvangt.
Situatie 1: vaste wekelijkse arbeidsduur
(vast of variabel werkrooster)
Een deeltijdse werknemer in deze situatie heeft voor alle bijkomende prestaties die hij in de loop van de maand verricht, recht op een toeslag van 50%. De toeslag bedraagt zelfs 100% voor prestaties verricht op zon- en feestdagen.
Voor de eerste 12 bijkomende uren per kalendermaand heeft een deeltijdse werknemer geen recht op deze toeslag.
Situatie 2: gemiddelde wekelijkse arbeidsduur
(variabel werkrooster)
Deze deeltijdse werknemer heeft voor alle bijkomende uren (bovenop 39 uren per kwartaal, het zogenaamde krediet) recht op een toeslag.
Onder bijkomende uren verstaat men hier:
- alle arbeidsuren die gepland worden boven de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur die in de overeenkomst wordt vastgesteld en
- de uren die gepresteerd werden boven het aangeduide werkrooster.
Ook in deze regeling wordt rekening gehouden met een krediet, uren waarvoor een deeltijdse werknemer geen recht op overloon heeft.
Dit krediet bedraagt 3 bijkomende uren per week, binnen de referteperiode. Op het einde van de referteperiode moet de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld gerespecteerd zijn. Het maximumkrediet bedraagt 39 u per kwartaal, dus 3 u x 13 weken in een kwartaal. Het krediet kan niet worden overgedragen naar de volgende referteperiode.
Enkel de bijkomende uren bovenop dit krediet geven m.a.w. recht op overloon!
Geen recht op overloon in twee gevallen
Een deeltijdse werknemer heeft in twee gevallen geen recht op een toeslag voor prestaties verricht buiten het werkrooster.
- Zo heeft een deeltijdse werknemer geen recht op een toeslag wanneer er een omwisseling van werkrooster is waarmee hij schriftelijk akkoord is gegaan.
- Een deeltijdse werknemer heeft evenmin recht op een toeslag wanneer er op zijn schriftelijk verzoek een verschuiving van het werkrooster is.
Voorbeelden
De berekening van bijkomende uren en overloon kan schematisch als volgt worden voorgesteld. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het presteren van bijkomende uren bij een vaste wekelijkse arbeidsduur en bij een variabele wekelijkse arbeidsduur.
A. Vaste wekelijkse arbeidsduur
Voorbeeld 1: arbeidsduur van 20 uur met 4 bijkomende uren per week Bekijk dit voorbeeld
Voorbeeld 2: arbeidsduur van 20 uur met 5 bijkomende uren per week Bekijk dit voorbeeld
B. Variabele wekelijkse arbeidsduur
Voorbeeld 3: arbeidsduur van 20 uur met 4 bijkomende uren per week Bekijk dit voorbeeld
Voorbeeld 4: arbeidsduur van 20 uur met 5 bijkomende uren per week Bekijk dit voorbeeld










