Deeltijdse arbeid / Arbeidsduur
Minimale wekelijkse arbeidsduur
Een deeltijdse werknemer werkt gemiddeld minder uren dan een voltijdse werknemer met eenzelfde functie in de onderneming. Is er geen collega met eenzelfde functie in het bedrijf, dan kijkt men naar een voltijdse werknemer met een gelijkaardige functie in de sector om de arbeidsduur te bepalen.
De wekelijkse arbeidsduur mag echter niet lager liggen dan 1/3 van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer. De 1/3-grens wordt bepaald op basis van de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijdse werknemer of eventueel op basis van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, gespreid over een cyclus van langer dan één week.
In welbepaalde gevallen kan bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij koninklijk besluit van deze minimale wekelijkse arbeidsduur worden afgeweken.
Minimumduur per prestatie
De werkgever moet de deeltijdse werknemer gedurende minimum drie opeenvolgende uren prestaties laten leveren. De prestaties kunnen uiteraard wel onderbroken worden door een korte pauze (bv. koffiepauze, pauze voor een maaltijd).
Van deze minimumduur per prestatie kan afgeweken worden bij collectieve arbeidsovereenkomst of koninklijk besluit.
Arbeidsregeling
Een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet verplicht de arbeidsregeling en werkrooster vermelden die voor de werknemer geldt. De verschillende arbeidsregelingen en werkroosters die in de ondernemingen gelden moeten in het arbeidsreglement staan.
Onder arbeidsregeling wordt de wekelijkse arbeidsduur verstaan, die per week of per cyclus van meer dan één week moet worden gepresteerd.
1. vaste arbeidsregeling
Bij een vaste arbeidsregeling is de totale arbeidsduur constant over één week of over een vaste cyclus van meer dan één week.
Voorbeelden:
- vaste arbeidsregeling over één week: de arbeidsregeling is elke week dezelfde (bv. 13 u)
- vaste arbeidsregeling over een cyclus van meer dan één week: de arbeidsregeling herhaalt zich in een vaste volgorde (bv. week 1 > 18 u en week 2 > 13 u)
De vaste arbeidsregeling kan gecombineerd worden met zowel een vast als een variabel werkrooster.
2. variabele arbeidsregeling
Bij een variabele arbeidsregeling moet er een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur worden gerespecteerd binnen een bepaalde referteperiode. Deze referteperiode omvat meestal een kwartaal maar bedraagt maximaal één jaar.
De wekelijkse arbeidsduur kan m.a.w. schommelen van de ene tot de andere week op voorwaarde dat op het einde van de referteperiode de gemiddelde arbeidsduur wordt nageleefd.
De variabele arbeidsregeling kan enkel bestaan bij een variabel werkrooster vermits de wekelijkse arbeidsduur per definitie van week tot week kan veranderen.
Werkrooster
Het werkrooster bevat de dienstregeling volgens dewelke de werknemer prestaties moet verrichten. Het werkrooster kan vast of variabel zijn.
1. Vast werkrooster
Een vast werkrooster omvat ofwel de arbeidsregeling van één week ofwel van een cyclus van meer dan één week.
Bij een vast werkrooster gespreid over één week is de wekelijkse arbeidsregeling vast en worden voor elke arbeidsdag zowel het aantal te presteren uren als het begin en het einde van de arbeid alsook de eventuele rustpauzes vermeld.
Bij een vast werkrooster op basis van een cyclus die meer dan één week overlapt, wordt de dagelijkse opeenvolging van uren in een vaste volgorde vermeld. Dit betekent dat uit het werkrooster het begin en het einde van de cyclus moet opgemaakt kunnen worden. Bovendien moet het werkrooster overeenstemmen met een werkrooster opgenomen in het arbeidsreglement.
2. Variabel werkrooster
Een variabele werkrooster kan georganiseerd zijn in het kader van een vaste arbeidsregeling. In dit geval is de wekelijkse arbeidsregeling vast, maar zijn de dagen en uren waarop arbeid moet gepresteerd worden niet vast.
Een variabel werkrooster kan tevens georganiseerd zijn in het kader van een variabele arbeidsregeling. Bij een variabel werkrooster kunnen de dagen en uren waarop gepresteerd moet worden, elke week verschillend zijn, maar de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet binnen de referteperiode gerespecteerd worden. Deze referteperiode bedraagt maximaal één jaar.
3. Schematische voorstelling
De verschillende mogelijkheden van arbeidsregelingen en werkroosters kunnen schematisch als volgt worden voorgesteld:
Vast patroon
De totale arbeidsduur is constant over 1 week of over een vaste cyclus van meer dan 1 week.
Over 1 week:
De arbeidsregeling is elke week dezelfde. (Vb. 13 u)
- Vast werkrooster
- Variabel werkrooster
- De dagen en uren waarop gepresteerd wordt, zijn elke week dezelfde.
- De dagen en uren waarop gepresteerd wordt, kunnen elke week verschillend zijn.
Over meer dan 1 week in een vaste cyclus:
De arbeidsregeling her-haalt zich in een vaste volgorde. (Vb. 1° week 13 u, 2° week 17 u.)
- Vast werkrooster
- Variabel werkrooster
- De dagen en uren waarop gepresteerd wordt, herhalen zich in een vaste volgorde.
- De dagen en uren waarop gepresteerd wordt, kunnen elke week verschillend zijn. De wekelijkse arbeidsduur moet in vaste volgorde gerespecteerd blijven.
Variabel patroon
Er wordt een gemiddeld wekelijkse arbeidsduur vastgesteld, die moet gerespecteerd worden over een referteperiode van max. 1 jaar.
Over een periode van meer dan 1 week :
De arbeidsregeling kan elke week verschillend zijn, maar de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet, berekend over een periode van ten hoogste 1 jaar, nageleefd worden.
Variabel werkrooster :
De dagen en uren waarop gepresteerd wordt, kunnen elke week verschillend zijn, maar de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet berekend over een periode van max. 1 jaar (referentieperiode bepalen) gerespecteerd worden.
4. Het controledocument
Naast de bestaande werkroosters in de onderneming moet de werkgever beschikken over een controledocument. In dit controledocument moet de werkgever alle afwijkingen op de werkroosters optekenen. Het is immers niet altijd mogelijk om de werknemer het bestaande werkrooster strikt te laten respecteren. De arbeidsprestaties kunnen al eens voor of na het overeengekomen uur aanvangen of stoppen.










