Verlichting
>>> Terug naar het dossier Werkomgeving
Wat zegt de wetgeving over de verlichting in de werkruimte?
- Voldoende natuurlijke verlichting heeft de voorkeur
- Wanneer de natuurlijke verlichting onvoldoende sterk is, vang je dit best op met kunstmatige belichting.
- Gevaarlijke of hinderlijke schaduwen als gevolg van kunstmatige verlichting moet worden vermeden.
- Als de algemene verlichting onvoldoende is om het werk naar behoren uit te voeren, moet deze aangevuld worden met plaatselijke verlichting (een bureaulamp bijvoorbeeld).
- Voor bureauwerk legt de wettekst een algemene verlichting van 300 lux op.
(Bron: Artikels 59 t.e.m. 62 van het ARAB (Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming)
De Europese norm NBN EN 12464-1, van toepassing in België, beveelt voor bureauwerk evenwel een minimum van 500 lux aan. Deze normen zijn eerder “praktische codes” dan wettelijke verplichtingen.
De ideale lichtsterkte zit ergens tussen 300 en 500 lux waarbij men zoveel mogelijk moet streven naar de hoogst mogelijke waarde.
De lichtintensiteit, of de « hoeveelheid » licht, is van belang. Maar andere factoren spelen even goed mee bij de beoordeling van de belichting:
- Uniformiteit: te donkere schaduwen kunnen storend werken. Als algemene regel geldt dat de algemene lichtinseiteit niet minder sterk mag zijn dan de helft van de verlichting aan de individuele werkposten.
- Storend licht in de ogen: Zowel rechtstreeks licht in de ogen als weerkaatsend licht op blinkende oppervlakken moet worden vermeden
- Kwaliteit van het licht:
- De kleur: industrieel wit licht geeft een kunstmatige en koude indruk en is niet geschikt voor bureaus. Warm wit licht vergelijkbaar met daglicht geeft en veel warmere indruk.
- De kleurweergave: deze parameter duidt de kwaliteit van onze kleurperceptie aan. De geelachtige sodiumverlichting op onze autowegen zorgt er bijvoorbeeld voor dat we een rode auto ziet als een bruine.
- Bescherming tegen de zon: een zonneklep of rolgordijnen met lamellen laten het licht door en zorgen er tegelijkertijd voor dat er geen storend licht in de ogen valt.
- De kleur van de oppervlakken in de ruimte: sombere kleuren (donkerbruin) weerkaatst minder licht dan een heldere kleur (helder beige). Een ruimte met donkere kleuren heeft meer verlichting nodig. Een overdosis aan heldere kleuren kan dan weer vermoeiend zijn voor de ogen. Ideaal is een heldere kleur voor het plafond, een iets minder heldere kleur voor de muren, en een iets donkerder vloerbedekking.
I.s.m.










