Een werknemer met een heftruck rijdt tegen jouw wagen. Wie vergoedt de schade?
"Tijdens de werkzaamheden rijdt een werknemer met een heftruck tegen jouw wagen en de wagens van enkele collega’s die op de parking van het bedrijf staan. Wie is aansprakelijk? Wie zal de aangerichte schade moeten vergoeden? "
ANTWOORD
Volgens de algemene aansprakelijkheidsregeling moet iemand die door zijn fout schade veroorzaakt bij iemand anders die schade vergoeden (artikel 1382 Burgerlijk Wetboek). In het arbeidsovereenkomstenrecht wordt van deze algemene regeling evenwel afgeweken, met name in artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978: “Ingeval de werknemer bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst de werkgever of derden schade berokkent, is hij aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor zijn lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.” Dit artikel houdt een sterke afzwakking in van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer. De werknemer kan enkel aansprakelijk worden gesteld indien hij een ‘gekwalificeerde’ fout begaat. De veroorzaakte schade moet het gevolg zijn van zijn bedrog, zijn zware fout of zijn gewoonlijk voorkomende lichte fout.
Bedrog of opzettelijke fout
Er is geen eensgezindheid over wat precies met bedrog of opzettelijke fout wordt bedoeld. Volgens de ene opvatting betreft de opzettelijke fout het bewust en gewild niet nakomen van een contractuele verplichting of van een algemeen geldende norm buiten contract. De andere opvatting omschrijft deze als de fout die wordt begaan om schade te berokkenen. Gemeenschappelijk aan beide opvattingen is het intentioneel karakter (bijvoorbeeld: diefstal van goederen van de werkgever, of opzettelijke beschadigingen). Het is degene die de schade lijdt, die het intentionele karakter moet aantonen.
Zware fout
Bij de zware fout ontbreekt in principe het intentioneel element of het opzet. Hierdoor onderscheidt de zware fout zich van de opzettelijke fout. Een zware fout is m.a.w. een onopzettelijke maar extreme fout. Om dit te kunnen beoordelen is een juist beeld noodzakelijk van de concrete omstandigheden waarin de fout werd begaan zoals arbeidsduur, gebrek aan ervaring, vermoeidheid, ingewikkelde bediening van machines of verkeerde inschattingen. Enkele voorbeelden uit de rechtspraak van fouten die als zware fout in de zin van artikel 18 worden beschouwd: roken in een lokaal waar ontvlambare produkten zijn opgeslagen, een verkeersongeval naar aanleiding van het negeren van een rood licht of in uitgesproken staat van dronkenschap en met overdreven snelheid een ongeval veroorzaken.
Gewoonlijk voorkomende lichte fout
De gewoonlijk voorkomende lichte fout is de lichte fout die zich bij herhaling voordoet, zonder dat iedere fout op zich de aansprakelijkheid van de werknemer in het gedrang zou brengen. Doel van de wetgever hierbij is de abusieve gewoonte van de werknemer af te straffen. Ondanks het feit dat de werknemer slechts lichte fouten begaat, maken de frequentie en de veelvuldigheid ervan de werknemer aansprakelijk. Belangrijk om weten is dat niet vereist is dat het steeds om dezelfde lichte fout gaat. Ook verschillende fouten of fouten op verschillende wijze begaan, kunnen samen een gewoonte vormen. Deze verschillende fouten moeten wel binnen een relatief korte tijdspanne worden begaan om nog van een gewoonte te kunnen spreken. Ze mogen ook niet te zeer van elkaar verschillen.
Schadevergoeding
Zodra bewezen is dat de werknemer aansprakelijk is voor de berokkende schade wegens het begaan van bedrog, een zware fout of een gewoonlijk voorkomende lichte fout, rijst de vraag hoe de schade vergoed dient te worden.
Artikel 18, laatste lid, bepaalt dat de werkgever de vergoedingen en schadeloosstellingen die na de feiten met de werknemer zijn overeengekomen of door de rechter werden vastgesteld, op het loon kan inhouden onder de voorwaarden van artikel 23 van de Loonbeschermingswet. Daarbij moet een overeenkomst gesloten worden over het bedrag dat de werknemer verschuldigd is. Het volstaat dus niet dat de werknemer zijn stilzwijgende instemming geeft, het bedrag moet vaststaan. Bovendien mag de overeenkomst pas gesloten worden nadat de schade zich heeft voorgedaan. Een clausule in de arbeidsovereenkomst die voorziet dat elk kastekort mag worden ingehouden op het loon, is dan ook nietig.
Het bedrag van de inhoudingen is beperkt tot één vijfde van het nettoloon (artikel 23 van de Loonbeschermingswet) . Deze beperking geldt niet wanneer de werknemer bedrog heeft gepleegd.
En hoe zit het met de vergoeding aan de schadelijdende collega’s? Wanneer een werknemer tegenover derden veroordeeld wordt tot de betaling van een schadevergoeding, kan deze derde immers geen gebruik maken van artikel 23 van de Loonbeschermingswet om inhoudingen te doen op het loon van de werknemer. De enige mogelijkheid voor hen zijn de normale procedures van overdracht en beslag op loon.
De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst.
Voorgaande vragen worden bewaard in het archief van de Vraag van de Week.










