Vacature.com

Spring naar content

Mijn/Vacature Login

registreer nu | paswoord vergeten

Vervoersonkosten

Woon-werkverkeer terugbetaald?

Een werkgever kan een bijdrage doen in de onkosten die werknemers maken om zich van hun woonst naar hun werk te verplaatsen. Hij is dat echter niet altijd verplicht.

Neem je iedere dag het openbaar vervoer om te gaan werken, dan draagt de werkgever verplicht zijn steentje bij. Neem je je eigen wagen, dan is hij dat niet verplicht te doen.

Beroepsverplaatsingen met eigen wagen.

Sinds 1 juli 2006 bedraagt het bedrag voor de kilometervergoeding 0,2903 EUR.

Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 juli aangepast.

Om recht te hebben op een tussenkomst van de werkgever in de woon-werkonkosten moet de werknemer aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • gebruik maken van het openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro). De CAO nr. 19ter en de wet van 1962 voorzien geen tussenkomst van de werkgever voor het gebruik van het eigen voertuig van de werknemer
  • de afstand tussen woon en werkplaats moet ten minste 5 km bedragen (voor een ander transportmiddel dan de verplaatsing per trein)

Wat verstaat men onder vervoersonkosten?

  • de kosten die te maken hebben met het woon-werktraject
  • de kosten die voortvloeien uit gebruik van de privé-wagen voor professionele doeleinden (andere dan woon-werk)

Verschillende situaties:

Je gaat naar het werk met je eigen auto

De kosten die je maakt om met je privéwagen naar het werk te rijden en terug naar huis te komen, zijn in principe geen kosten eigen aan de werkgever.

Op nationaal vlak bestaat geen enkele reglementering omtrent de terugbetaling van dergelijke kosten.

Eventueel bestaat zo'n regeling wel:

  • op sectoraal vlak
  • op ondernemingsvlak.
  • voorzien in de individuele arbeidsovereenkomst.

Zo voorziet een CAO, afgesloten binnen paritair comité 218 voor bediende, wel een tussenkomst van de werkgever bij werknemers die een privévervoermiddel gebruiken om naar het werk te komen en minder dan 19.831,48 euro per jaar verdienen.

Je gaat naar het werk met het openbaar vervoer

Kom je met het openbaar vervoer naar het werk, is de werkgever verplicht bij te dragen in je onkosten.

met de trein

De tussenkomst van de werkgever wordt berekend op basis van de afstand uitgedrukt in kilometers. Omdat er geen minimumafstand voorzien is, moet de werkgever een bijdrage geven vanaf de eerste kilometer.

Het algemene barema betreft ook de RAILFLEX-kaart van de deeltijdse werknemers, waarvoor de werkgever eveneens tussenkomt.

met bus, tram of metro

De werkgever komt tussen in de prijs van abonnementen voor verplaatsingen die vanaf de vertrekhalte ten minste 5 km bereiken.

Wanneer de prijs van het vervoer proportioneel is tot de afstand, dan is de tussenkomst van de werkgever gelijk aan de tussenkomst van de werkgever in de prijs van de treinkaart voor een overeenstemmende afstand, zonder evenwel 60 % van de werkelijke prijs van de verplaatsing te mogen overschrijden.

Is de prijs, ongeacht de afstand, een vast bedrag, dan wordt de tussenkomst van de werkgever op een forfaitaire manier vastgesteld. De bijdrage bedraagt dan 56% van de effectief door de werknemer betaalde prijs, zonder evenwel het bedrag van de tussenkomst van de werkgever in de prijs van de treinkaart voor een afstand van 7 km.

met trein, bus, tram en metro (gecombineerd vervoer)

Neem je tegelijkertijd de trein en een ander openbaar vervoer, dan hangt de bijdrage van de werkgever af van de manier waarop een vervoersbewijs wordt afgeleverd.

Je levert één enkel vervoersbewijs af voor de totale afstand (zonder onderscheid van het gebruikte vervoersmiddel): de tussenkomst van de werkgever is gelijk aan de tusssenkomst van de werkgever in de treinkaart.

Je levert verschillende vervoersbewijzen af: de tussenkomst van de werkgever voor de totale afstand is gelijk aan de som van de tussenkomsten van de werkgever in de prijs van elk transportmiddel afzonderlijk.

Je gebruikt je eigen auto om bijvoorbeeld naar een klant te rijden

Gebruik je je eigen auto voor verplaatsingen in het kader van je beroepswerkzaamheid, dan worden de kosten als eigen aan de werkgever beschouwd. Ze moeten dus terugbetaald worden door de werkgever.

Vanaf 1 juli 2006 werd de kilometervergoeding op 0,2903 euro vastgelegd en dit ongeacht het belastbaar vermogen van het voertuig. (Vanaf 1 januari tot 30 juni 2003 bedroeg dit tarief 0,2677 euro.) Deze vergoeding geldt ook voor het gebruik van een motor of bromfiest voor dienstverplaatsingen en wordt jaarlijks op 1 juli aangepast.

De vergoedingen voor autokosten worden geacht werkelijke lasten te dekken wanneer het bedrag ervan, vastgesteld op basis van de werkelijk afgelegde kilometers, niet meer bedraagt dan dat van de gelijkaardige vergoedingen voor het overheidspersoneel. In dat geval zal van de overheid geen tegenwerping komen.

Zolang het aantal jaarlijks afgelegde km de 24.000 km niet overschrijdt, wordt het systeem van fortaitaire vergoedingen aanvaard. Vanaf 24.000 km wordt in regel enkel de terugbetaling van de reële kosten aanvaard. De redenering is dat een hoger aantal km lagere kosten met zich meebrengt.

Het is wel geoorloofd voor bedrijven om hogere vergoedingen uit te betalen dan deze van de staat, maar dan moet er wel een bewijs geleverd worden dat de reële onkosten overeenstemmen met die hogere forfaitaire vergoeding.

i.s.m. SD Worx

woon-werkverkeer terugbetaald?

een werkgever kan een bijdrage doen in de onkosten die werknemers maken om zich van hun woonst naar hun werk te verplaatsen. hij is dat echter niet altijd verplicht.

neem je iedere dag het openbaar vervoer om te gaan werken, dan draagt de werkgever verplicht zijn steentje bij. neem je je eigen wagen, dan is hij dat niet verplicht te doen.

beroepsverplaatsingen met eigen wagen.

sinds 1 juli 2006 bedraagt het bedrag voor de kilometervergoeding 0,2903 eur.

dit bedrag wordt jaarlijks op 1 juli aangepast.

om recht te hebben op een tussenkomst van de werkgever in de woon-werkonkosten moet de werknemer aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • gebruik maken van het openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro). de cao nr. 19ter en de wet van 1962 voorzien geen tussenkomst van de werkgever voor het gebruik van het eigen voertuig van de werknemer
  • de afstand tussen woon en werkplaats moet ten minste 5 km bedragen (voor een ander transportmiddel dan de verplaatsing per trein)

wat verstaat men onder vervoersonkosten?

  • de kosten die te maken hebben met het woon-werktraject
  • de kosten die voortvloeien uit gebruik van de privé-wagen voor professionele doeleinden (andere dan woon-werk)

verschillende situaties:

je gaat naar het werk met je eigen auto

de kosten die je maakt om met je privéwagen naar het werk te rijden en terug naar huis te komen, zijn in principe geen kosten eigen aan de werkgever.

op nationaal vlak bestaat geen enkele reglementering omtrent de terugbetaling van dergelijke kosten.

eventueel bestaat zo'n regeling wel:

  • op sectoraal vlak
  • op ondernemingsvlak.
  • voorzien in de individuele arbeidsovereenkomst.

zo voorziet een cao, afgesloten binnen paritair comité 218 voor bediende, wel een tussenkomst van de werkgever bij werknemers die een privévervoermiddel gebruiken om naar het werk te komen en minder dan 19.831,48 euro per jaar verdienen.

je gaat naar het werk met het openbaar vervoer

kom je met het openbaar vervoer naar het werk, is de werkgever verplicht bij te dragen in je onkosten.

met de trein

de tussenkomst van de werkgever wordt berekend op basis van de afstand uitgedrukt in kilometers. omdat er geen minimumafstand voorzien is, moet de werkgever een bijdrage geven vanaf de eerste kilometer.

het algemene barema betreft ook de railflex-kaart van de deeltijdse werknemers, waarvoor de werkgever eveneens tussenkomt.

met bus, tram of metro

de werkgever komt tussen in de prijs van abonnementen voor verplaatsingen die vanaf de vertrekhalte ten minste 5 km bereiken.

wanneer de prijs van het vervoer proportioneel is tot de afstand, dan is de tussenkomst van de werkgever gelijk aan de tussenkomst van de werkgever in de prijs van de treinkaart voor een overeenstemmende afstand, zonder evenwel 60 % van de werkelijke prijs van de verplaatsing te mogen overschrijden.

is de prijs, ongeacht de afstand, een