Tijdskrediet / Algemeen stelsel
<< terug naar start Tijdskrediet
Drie formules
In het stelsel kan gebruik gemaakt worden van drie formules:
1. Loopbaanvermindering met 1/5
- regeling
- recht op een vermindering van de arbeidsprestaties met een dag of met twee halve dagen per week. Dit gedurende ten minste 6 maanden en maximum 5 jaar verspreid over je hele loopbaan.
- modaliteiten
- één dag of twee halve dagen per week
- uitkering
- 137,88 euro per maand, 177,93 euro als je alleenwonend bent
- voorwaarden
- 5 jaar in dienst zijn bij je werkgever. In het jaar voorafgaand aan je aanvraag, werkte je voltijds.
2. Tijdskrediet
- regeling
- recht op maximum één jaar tijdskrediet over je hele loopbaan verspreid. Op te nemen in periodes van ten minste 3 maanden. Bij je terugkeer ga je gewoon opnieuw aan het werk. (De sector of onderneming waar je tewergesteld bent, kan deze duur verlengen tot max. 5 jaar)
- modaliteiten
- voltijds of halftijds (½)
- uitkering
- Voltijds: 558,35 euro per maand. Heb je minder dan 5 jaar anciënniteit, dan ontvang je 418,76 euro.
- Halftijds: 279,17 euro per maand. Heb je minder dan 5 jaar anciënniteit, dan ontvang je 209,37 euro.
- voorwaarden
- in de voorafgaande 15 maanden werkte je ten minste 12 maanden bij je werkgever. Wil je halftijds je loopbaan verminderen, moet je in het voorafgaand jaar ook minstens 75% van een voltijdse betrekking gewerkt hebben.
3. Specifieke regeling voor 50-plussers
- regeling
- recht op loopbaanvermindering met 1/5 met minimumperiodes van 6 maanden of recht op halftijds werken met minimumperiodes van 3 maanden. Dit recht kent geen maximumduur en kan je dus genieten tot je pensioenleeftijd.
- modaliteiten
- 1/5 loopbaanvermindering: 1 dag of twee halve dagen per week. Halftijds (½).
- uitkering
- Halftijds: 417,05 euro per maand
- Vermindering met 1/5: 193,72 euro
- Vermindering met 1/5 en alleenwonend: 233,77 euro
- voorwaarden
-
- Ten minste 50 jaar zijn.
- 5 jaar in dienst zijn bij dezelfde werkgever- en 20 jaar in de private sector.
- Loopbaanvermindering met 1/5: in het jaar voorafgaand voltijds of 4/5 (met uitkering) gewerkt hebben.
- Halftijdse loopbaanvermindering: in het jaar voorafgaand minstens 75% van een voltijdse betrekking gewerkt hebben of 50% van een voltijdse betrekking gewerkt hebben in het kader van de 'oude' loopbaanonderbreking tot 1/2.
Geen vervangingsplicht meer
In het oud stelsel moest je werkgever wanneer je in loopbaanonderbreking ging jou vervangen. In de regeling die vanaf 1 januari 2002 is ingegaan, is dit niet meer vereist.
5%-regel
Wanneer in een onderneming, een afdeling of een dienst, méér dan 5% van het aantal werknemers tegelijk van hun recht op tijdskrediet gebruik willen maken, dan knippert een alarm. (De sector of onderneming kunnen afspreken om deze 5% te verhogen of te verlagen.)
- Bij een teveel aan kandidaten voor tijdskrediet, moet de onderneming bepalen wie eerst mag gaan, via de ondernemingsraad.
- Heeft de onderneming geen eigen voorrangsregeling, dan treedt de zogenaamde 'suppletieve' voorrangsregeling in werking: eerst komen de thematische verloven aan de beurt, dan de ouders met kinderen (aantal kinderen en leeftijd is bepalend), dan de werknemers vanaf 50 jaar en tenslotte de werknemers die een beroepsopleiding volgen.
Ontslagbescherming
Als werknemer met tijdskrediet ben je beschermd tegen ontslag. Je werkgever mag je enkel ontslaan om een dringende reden of om een reden waarvan de aard en de oorsprong vreemd zijn aan het tijdskrediet of de loopbaanvermindering.
Deze ontslagbescherming gaat in vanaf de schriftelijke kennisgeving door de werknemer aan de werkgever en eindigt drie maanden na de einddatum van het tijdskrediet of de loopbaanvermindering.
Indien je werkgever je toch zou ontslaan om een reden die wel verband houdt met je tijdskrediet, is hij je een forfaitaire schadevergoeding verschuldigd gelijk aan je loon voor 6 maanden.
Welke regeling is nu van kracht sinds 2002?
Het starten van een loopbaanonderbreking zoals we die vroeger kenden, is onmogelijk sinds 2002.
Ouderschapsverlof daarentegen blijft voortbestaan. Deze formule, voor kinderopvang bestemd, kan voor een periode van drie maanden voltijds opgenomen worden, gedurende zes maanden halftijds, of gedurende 15 maanden met 1/5. Dit per kind en tot het kind de leeftijd van zes jaar bereikt heeft.
De vergoeding bedraagt 684,94 euro per maand (voltijds). Ook de gelijkaardige formule voor palliatieve zorgen en voor de verzorging van een zwaar ziek gezins-of familielid blijven ongewijzigd verder bestaan.










