Onlinecontrole / privacy van de werknemer en de beperkingen
Privacy wordt in eerste instantie geassocieerd met de privé-sfeer. Nochtans kent de werknemer ook op het werk een zekere graad van privacy. Eén van de elementen van het begrip privacy is de "communicatieve privacy":
- ieder individu heeft de communicatievrijheid al dan niet te communiceren
- hij of zij moet toegang hebben tot communicatiemiddelen - ook op de werkplek. Berichten als "Schat, ik kom wat later vanavond" moeten dus kunnen
- de werkgever mag de werknemer de communicatie niet ontzeggen
- de werkgever mag de werknemer niet isoleren van de buitenwereld
Uiteraard kan de werkgever de modaliteiten (wanneer, waar, ...) van de communicatie bepalen. Wel moet hij opletten dat de communicatie ongestoord kan blijven gebeuren. Dit betekent dat derden er geen kennis van mogen nemen. In dit verband spreekt men van communicatiegeheim.
Op deze pagina:
Beperkingen aan de privacy van de werknemer
Het recht op privacy, ook voor werknemers- wordt gewaarborgd door de Grondwet en door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit recht is niet onbeperkt. Het EVRM bepaalt een aantal gevallen waarin de inmenging in iemands privacy geoorloofd is, dus ook de inmenging van de werkgever.
Uiteraard moet er aan een aantal voorwaarden voldaan worden, wil de werkgever deze inmenging toepassen:
Het is mogelijk om in een CAO of in het arbeidsreglement op te nemen welke controlemaatregelen van toepassing zijn. Belangrijk is wel dat men er voor zorgt dat alle werknemers goed geïnformeerd zijn. De "rechten en plichten" van het toezichthoudend personeel zijn trouwens een verplichte vermelding in het arbeidsreglement.
Communicatiegeheim
Het communicatiegeheim m.b.t. elektronische communicatie wordt gewaarborgd door de wet van 13/6/05: iedere opzettelijke kennisname van "gegevens betreffende de communicatie" (d.w.z. tijdstip, duur, communicatiepartners ) is verboden "behoudens toestemming van alle betrokkenen". Het strafwetboek (artikel 314bis) zegt dat elke kennisname van de inhoud van communicatie door derden strafbaar is tijdens de overbrenging ervan, tenzij met toestemming van alle betrokkenen.
- De toestemming
Zonder toestemming spreekt men van een misdrijf. Voor bepaalde communicatievormen zou men kunnen stellen dat de toestemming impliciet kan gebeuren gezien haar technische karakteristieken. Zo is het vanzelfsprekend dat een netwerkbeheerder weet of behoort te weten wat op het netwerk gebeurt. Hij mag die gegevens ook gebruiken voor technische doeleinden.
Het is echter raadzaam om de uitdrukkelijke en expliciete toestemming van alle betrokken medewerkers te vragen vooraleer men de controle doorvoert. Een privacybeperking vergt immers een bijzondere toestemming. - De kennisname
Men mag enkel kennis nemen van de inhoud van e-mail of een bestand tijdens het overbrengen van de gegevens.
Punt van discussie is wanneer de transmissie beëindigd is. Men kan stellen dat een bestand dat opgeslagen is op bijvoorbeeld de harde schijf van de computer niet meer in transmissie is en dus ook niet ingekeken mag worden.
Kennisname van de inhoud gaat noodzakelijk gepaard met de kennisname van "gegevens betreffende communicatie" en dus moet toestemming gevraagd worden aan de betrokken persoon.
Probleem is dat de toestemming van alle betrokkenen nodig is. Voor het raadplegen van internetsites volstaat de toestemming van de werknemer, omdat er bij dergelijke communicatie immers maar één betrokkene is.
Voor e-mails ligt het echter moeilijker. Daar waar de toestemming van de werknemer nog vrij eenvoudig te verkrijgen is, is dit niet het geval voor de derde ontvanger of verzender.


