Collectief ontslag / De vergoeding
In het kader van de vergoeding collectief ontslag, wordt als collectief ontslag gezien elk ontslag om economische of technische redenen dat in de loop van een ononderbroken periode van 60 dagen ten minste het volgende aantal werknemers treft:
- Ten minste 6 ontslagen werknemers wanneer het totale aantal werknemers in het kalenderjaar voorafgaand aan het ontslag 20 tot 59 bedraagt.
- Ten minste 10 % ontslagen wanneer het totale aantal werknemers in het kalenderjaar voorafgaand aan het ontslag 60 of meer bedraagt.
De werkgever is verplicht om de werknemers die getroffen worden door het collectief ontslag, een bijzondere vergoeding uit te betalen.
Voor welke werknemers?
In principe hebben alle werknemers die door een collectief ontslag getroffen worden, recht op een vergoeding.
Het gaat om:
- de werkloze werknemers die werkloosheidsuitkeringen genieten;
- de werkloze werknemers die om een reden onafhankelijk van hun wil geen werkloosheidsuitkeringen genieten;
- de werknemers die een nieuwe betrekking hebben waarin zij minder verdienen dan hun vorig loon;
- de werknemers die een beroepsopleiding voor volwassenen doorlopen en die een vergoeding ontvangen die lager ligt dan het loon dat zij vroeger verdienden.
Uitsluitingen
Een aantal
categorieën van werknemers wordt uitgesloten van de toepassing van de bepalingen ‘vergoeding wegens collectief ontslag’. Het gaat o.m. om:
- werknemers aangeworven met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk;
- arbeiders uit het bouwbedrijf;
- seizoenpersoneel tewerkgesteld in ondernemingen voor groenten- en fruitconserven evenals in de jamfabrieken;
- arbeiders die ressorteren onder het PC van het havenbedrijf, scheepsherstellingsbedrijf;
- uitzendkrachten.
Werknemers die
één of meer van volgende uitkeringen ontvangen, hebben evenmin recht op de vergoeding collectief ontslag:
- de vergoeding bij sluiting van onderneming;
- diverse beschermingsvergoedingen.
Het bedrag van de vergoeding
Het bedrag van deze vergoeding is gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de werkloosheidsuitkeringen.
Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon begrensd tot 2.791,67 euro (bedrag op 01.10.2006) en verminderd met de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhoudingen. Dit begrensd brutomaandloon wordt geïndexeerd.
De duur van de vergoeding
De vergoeding is verschuldigd gedurende een periode van vier maanden, die aanvangt na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst of na het verstrijken van de opzeggingstermijn.
Wanneer de opzeggingstermijn de drie maanden overtreft of de opzeggingsvergoeding stemt overeen met een opzeggingstermijn van meer dan drie maanden, wordt de periode van vier maanden verminderd met de duur waarmee de opzeggingstermijn de derde maand overtreft.










