Wanneer heb ik recht op tijdskrediet?
29 november 2004
Ik weet dat tijdskrediet een systeem is waarbij ik tijdelijk mijn
prestaties kan stopzetten of verminderen. Ik weet ook dat mijn arbeidsovereenkomst dan blijft lopen en ik een onderbrekingsuitkering kan ontvangen. Maar wanneer
heb ik er recht op?
Tijdskrediet is een recht voor alle werknemers met uitzondering van de personeelscategorieën die door een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau worden uitgesloten. De toestemming van de werkgever is in de regel niet vereist, behalve in ondernemingen met minder dan elf werknemers.
Drie mogelijkheden staan open...
- (1) Tijdskrediet in strikte zin
- (2) Loopbaanvermindering met 1/5
- (3) Bijzondere loopbaanvermindering vanaf 50 jaar
- Beperking rechten
- Waarborgen werknemer
Tijdskrediet in strikte zin
Tijdskrediet in strikte zin is het recht van de werknemer om zijn prestaties ofwel volledig stop te zetten (voltijds tijdskrediet), ofwel te verminderen tot de helft (halftijds tijdskrediet).
Het tijdskrediet in strikte zin bedraagt in principe één jaar over de gehele loopbaan. Een sectorale C.A.O. of een ondernemings-C.A.O. kan de duur van dit recht uitbreiden tot maximum 5 jaar over de gehele loopbaan.
Het tijdskrediet in strikte zin dient steeds te worden opgenomen met minimumperiodes van 3 maanden.
Het recht op een voltijds tijdskrediet kan worden opgenomen ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) waarin men tewerkgesteld is op het ogenblik van de schriftelijke aanvraag.
Bij het halftijds tijdskrediet dient de werknemer tijdens de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke aanvraag minstens 75 % van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld te zijn geweest. In dit kader worden bepaalde periodes van inactiviteit gelijkgesteld met een tewerkstelling, dan wel schorten ze de periode van die twaalf maanden op.
Als anciënniteitsvoorwaarde voor het voltijds en het halftijds tijdskrediet wordt gesteld dat de werknemer met de werkgever dient verbonden te zijn geweest door een arbeidsovereenkomst van minstens 12 maanden in de loop van de 15 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke aanvraag.
Loopbaanvermindering met 1/5
Loopbaanvermindering met 1/5 is het recht van de werknemer, die gewoonlijk tewerkgesteld is in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer per week, op een vierdagenweek door zijn prestaties met één dag of twee halve dagen per week te verminderen. De werknemer en werkgever maken hiervoor een schriftelijke overeenkomst op waarbij de arbeidsregeling en het uurrooster worden vastgesteld.
De loopbaanvermindering met 1/5 bedraagt maximaal vijf jaar over de gehele loopbaan. Dit is een afzonderlijk krediet bovenop het één jaar (of vijf jaar) tijdskrediet, voltijds of halftijds, in strikte zin.
De loopbaanvermindering met 1/5 dient steeds te worden opgenomen met minimumperiodes van 6 maanden.
De werknemer die een loopbaanvermindering met 1/5 wenst, dient tewerkgesteld te zijn in een voltijdse (100%) arbeidsregeling gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag. In dit kader worden bepaalde periodes van inactiviteit gelijkgesteld met effectieve prestaties, of schorsen en verlengen deze, voor hun duur, de periode van 12 maanden.
De werknemer dient met de werkgever verbonden te zijn geweest door een arbeidsovereenkomst gedurende vijf jaar, voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag.
Bijzondere loopbaanvermindering vanaf 50 jaar
Een oudere werknemer kan vanaf de leeftijd van 50 jaar aanspraak maken op een bijzonder recht op loopbaanvermindering. In dit kader kan de betrokken werknemer aanspraak maken op twee mogelijke formules:
- de vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft
- de vermindering van de prestaties met 1/5
Dit bijzonder recht voor oudere werknemers sluit de uitoefening van het recht op tijdskrediet in strikte zin of het recht op loopbaanvermindering met 1/5 niet uit.
In het kader van het bijzonder recht op loopbaanvermindering vanaf 50 jaar is geen maximumduur van toepassing. Een werknemer vanaf de leeftijd van 50 jaar kan dan ook tot aan zijn pensioenleeftijd de prestaties verminderen.
De loopbaanvermindering met 1/5 dient steeds te worden opgenomen met minimumperiodes van 6 maanden, terwijl de vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking steeds dient te worden opgenomen met minimumperiodes van 3 maanden.
Bij vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 vanaf 50 jaar dient de werknemer gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag:
- ofwel voltijds tewerkgesteld te zijn;
- ofwel reeds 4/5de van een voltijdse betrekking werkzaam te zijn in het kader van:
- de loopbaanvermindering met 1/5 (zie boven), ofwel
- de “oude” loopbaanonderbreking met 1/5 op basis van de Herstelwet van 22 januari 1985 op voorwaarde dat de laatste aanvraag tot onderbrekingsuitkeringen van de RVA ingediend werd voor een minimumduur van één jaar.
Bij vermindering van de arbeidsprestaties tot 1/2 vanaf 50 jaar dient de werknemer gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag:
- ofwel minstens 3/4 (75 %) van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld te zijn;
- ofwel 1/2 (50 %) van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld te zijn, in het kader van: de “oude” loopbaanonderbreking op basis van de Herstelwet van 22 januari 1985.
Om aan bovenstaande tewerkstellingsvoorwaarden te voldoen dienen er effectieve arbeidsprestaties te worden geleverd. In het kader van de berekening van effectieve prestaties gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag worden bepaalde periodes van inactiviteit gelijkgesteld met een tewerkstelling, dan wel schorten ze de periode van die twaalf maanden op.
M.b.t. de uitoefening van dit bijzonder recht gelden deze anciënniteitsvoorwaarde:
- de werknemer dient verbonden te zijn met de werkgever door een arbeidsovereenkomst gedurende vijf jaar voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag
- de werknemer dient een anciënniteit van 20 jaar als werknemer te hebben op het ogenblik van de schriftelijke aanvraag.
Beperking rechten
Om te vermijden dat te veel werknemers tegelijkertijd afwezig zouden zijn in het kader van het tijdskrediet, beschikt de werkgever wel over enkele beperkingsmechanismen:
- de werkgever heeft het recht om uitstel in te roepen voor maximum 6 maanden omwille van ernstige interne of externe redenen (vb. organisatorische behoeften);
- de werkgever kan de loopbaanvermindering tijdelijk intrekken of wijzigen om welbepaalde redenen;
- de werkgever kan zich beroepen op de drempel van 5%. Indien meer dan 5 % van het totale aantal van de werknemers in een onderneming of dienst tegelijkertijd afwezig (zullen) zijn ingevolge tijdskrediet in ruime zin of loopbaanonderbreking op basis van de oude reglementering, dan zal een nieuwe aanvrager zijn recht niet onmiddellijk kunnen uitoefenen en moeten wachten tot hij aan de beurt is op basis van het voorkeur- en planningsmechanisme.
Waarborgen werknemer
De werknemer beschikt op zijn beurt eveneens over enkele waarborgen. Zo geniet hij enerzijds van een ontslagbescherming en anderzijds van een terugkeergarantie naar de oude of een vergelijkbare functie.
Kurt De Ridder, Consultant Tax & Legal SD WORX
De lezer kan geen rechten ontlenen aan deze tekst.
Voorgaande vragen worden bewaard in het archief van de Vraag van de Week.











